Oorzaak

Heupfracturen zijn frequent bij ouderen met botontkalking (osteoporose) door een gewone val. Op jongere leeftijd is een heupfractuur meestal het gevolg van zwaardere ongevallen zoals verkeersongevallen of een val van op een hoogte.

We onderscheiden:

·         een breuk binnen het kapsel: onder de heupkop= subcapitaal

·         aan de basis van de nek=basocervicaal

·         een breuk buiten het kapsel= pertrochanteer of subtrochanteer

                     

Andere breuken van het bekken rond de heup worden apart beschouwd waaronder breuken van de heupkom("acetabulum") en van de schaambeenderen("pubistak").

 

Symptomen:

 

Symptomen zijn pijn in de liestreek, de onmogelijkheid om nog te steunen op de aangetaste zijde, zwelling en bloeduitstorting en bij verplaatste breuken een verkorting en naar buiten draaien van het been.

 

Diagnose en onderzoeken:

 

 De diagnose wordt bevestigd door een radiografie. Enkel bij twijfel wordt een CT-scan of botscan aangevraagd.

 

 

Behandeling:

 

Heupbreuken worden bijna steeds operatief behandeld, omdat het anders zeer lang duurt voor deze breuk geneest met een algemene achteruitgang van de patiënt tot gevolg en een hoog risico op overlijden door complicaties (urineweginfecties, longontsteking, doorligwonden, thrombose..).

 Men dient femurhalsbreuken te onderscheiden van pertrochantere breuken.

 

De lokalisatie van de breuk zorgt voor een zeer verschillende natuurlijke evolutie en aanpak bij behandeling. 

 

De posterieure zijde van de femurhals heeft een intieme anatomische relatie met de arterie circumflexa medialis, die zorgt voor 95% van de bloedvoorziening van de femurkop.

 

 

Ten gevolge van een halsbreuk kan deze slagader gekwetst worden en een belangrijke complicatie teweegbrengen : een 'aseptische necrose' of afsterven van de femurkop.

Deze arterie circumflexa medialis wordt niet beschadigd bij een pertrochantere breuk, en stelt de femurkop dus niet bloot aan een risico op necrose.

 

Een andere belangrijke complicatie die zich kan voordoen na een conservatieve of chirurgische behandeling is pseudarthrose van de femurhals, hetgeen bijna uitsluitend bij de femurhals breuken wordt gezien.

 

Eigenlijk zijn de mechanische krachten waaraan deze twee regio's zijn blootgesteld tegengesteld :

De mechanische krachten trekken de fragmenten ter hoogte van de femurhals uit elkaar en zorgen zo voor de vorming van een pseudarthrose bij femurhals breuken.

De pertrochantere breuken resulteren in een impactie ter hoogte van het trochantermassief, hetgeen de consolidatie bevordert en soms zelfs een hypertrofische callus veroorzaakt.

 

De natuurlijke evolutie van deze breuken wordt in het bijzonder verwikkeld door de potentieel dodelijke complicaties bij oudere personen. Het is dus absoluut niet mogelijk de gekwetste 3 tot 6 maanden te immobiliseren, de tijd die nodig is om de breuk te laten helen. 

 

Een chirurgische behandeling heeft dan ook de voorkeur en stelt de patiënt bloot aan minder complicaties. Na een ingreep kan de patiënt sneller gemobiliseerd worden waardoor er veel minder risico is op andere verwikkelingen en overlijden van de patiënt.

 

Het doel van de behandeling is de autonomie en mobiliteit van de patiënt zo snel mogelijk te herstellen en complicaties zoals decubitus en decompensaties van bestaande aandoeningen, die het leven van de patiënt op het spel zetten, te voorkomen. Dit is enkel mogelijk door middel van chirurgie. Wij streven er naar de interventie zo snel mogelijk te realiseren. Het betreft een relatieve chirurgische urgentie.

 

De ingreep bestaat uit het stabiliseren van de breuk met osteosynthesemateriaal of het vervangen van de femurkop met een heupprothese.

 

Pertrochantere fracturen worden gestabiliseerd met een nagel of een dynamische heupschroef. Hierdoor worden de krachten gedeeltelijk door het materiaal opgevangen en kan de patiënt vrij snel gedeeltelijk beginnen te steunen.


                 

                               Gammanagel                                              Dynamische heupschroef

 

Femurhalsbreuken worden behandeld met een prothese gezien het risico op avasculaire necrose. Bij oudere patiënten wordt gekozen voor een halve (bipolaire) prothese waarbij enkel de femurkop wordt vervangen. Bij jongere patiënten en bij ouderen die nog in zeer goede algemene toestand verkeren wordt gekozen voor een totale heupprothese waarbij ook het acetabulum (heupkom) wordt vervangen. Enkel bij jongere patiënten (jonger dan 60 jaar) met een onverplaatste breuk gebeurt een osteosynthese met schroeven.

 

                                                    Bipolaire prothese                    Totale prothese

 

Na de ingreep wordt snel gestart met de revalidatie om de patiënt weer mobiel te krijgen. Na een stabilisatie van een pertrochantere breuk mag de heup gedurende 6 weken gedeeltelijk belast worden, afhankelijk van de complexiteit en stabiliteit van de breuk. Patiënten met een bipolaire of totale heupprothese mogen vanaf de eerste dag na de ingreep de heup belasten.

 

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels, ... komen slechts zelden voor (<1%). Heupfracturen komen vaak voor bij patiënten die zich in een algemeen slechte medische toestand bevinden. Verschillende internationale studies tonen dan ook aan dat het overlijden na een heupbreuk vrij hoog ligt. Ongeveer 20% van de oudere patiënten met een heupbreuk overlijdt binnen het jaar na de heupbreuk.