POLSCYSTE

Oorzaak 

Een polscyste ontstaat spontaan. Er is meestal geen duidelijke oorzaak gekend. Soms is het een teken van een onderliggend probleem zoals artrose van de pols of tendinitis (ontsteking van een pees).

Een polscyste vertrekt vanuit het polsgewricht en is gevuld met synoviaal vocht (gewrichtsvocht). Het vocht is meestal helder en heeft de consistentie van gel.

Een polscyste is een goedaardige zwelling (tumor) van het polsgewricht. De zwelling kan op en af gaan.

De polscyste kan aan de palmzijde van de pols voorkomen (palmaire polscyste)

 

 

of op de handrug (dorsale polscyste).

 

                                            

 

 

Symptomen: 

De meeste polscysten zijn pijnloos en veroorzaken weinig of geen hinder. De pols en de vingers blijven meestal soepel. Afhankelijk waar de polscyste zich bevindt, kan ze hinderlijk zijn. Dit is eventueel een reden voor een operatie.

 

 

 

Diagnose en onderzoeken:

De diagnose wordt bevestigd door een echografie. Een radiografie wordt meestal ook gemaakt om onderliggende artrose uit te sluiten. Bij twijfel wordt soms een NMR genomen. (zie hieronder)

 

 

Behandeling:

niet operatief:

Als de polscyste weinig of geen hinder geeft, dan wordt aangeraden om er niets aan te doen en af te wachten. De cyste puncteren ( "het vocht eruit trekken") heeft weinig zin, aangezien de cyste snel terug vult. Bij lichte hinder kan eventueel aanpassen van het werk of een brace beterschap geven.


operatief:

 Als de cyste echte hinder veroorzaakt kan ze verwijderd worden via een operatie.

Een palmaire polscyste (aan de plamzijde) wordt met een open operatie verwijderd. Dit type van cyste ligt meestal vrij dicht tegen een slagader van de pols (arteria radialis).

 

 

Een dorsale polscyste kan open of arthroscopisch (kijkoperatie) verwijderd worden.

In onze dienst worden bijna alle dorsale polscystes arthroscopische (kijkoperatie) verwijderd, de revalidatie is meestal sneller dan met een open ingreep.

De ingreep (open en arthroscopisch) gebeurt steeds onder lokale verdoving (IVR), met een knelband. Men moet dus NIET nuchter zijn voor deze ingreep. Na de operatie kan men onmiddellijk terug naar huis gaan en krijgt men een gips voor 2 weken.

Na 2 weken wordt het gips verwijderd en zullen ook de hechtingen verwijderd worden.

 

Zoals elke operatie zijn de mogelijke complicaties: infectie, wondprobleem, zenuwletsels, peesletsels ... Ze komen slechts zelden voor (<1%). De kans op succes en tevredenheid na de ingreep ligt rond 90%. Een polscyste kan terug komen na een operatie, de kans ligt tussen 10 en 20%.